Dagboek van een
ligfietsvakantie op Cuba

Dag 1-3: Havana
Na een vlotte vlucht met Martinair (Ab & Ineke) en Iberia (Leo) arriveren we op donderdagavond 3 januari 2002 op de luchthaven van Havana. Het is even schrikken als mijn Dingo gewoon los op de bagagebelt voorbij komt; hij was toch echt in een speciale fietsdoos aangeleverd Zeker eraf geregend tijdens de overstap op Madrid. Gelukkig is alles onbeschadigd en geheel compleet, mede dankzij het goed vasttapen van het gedemonteerde stuur en de trappers. Als Ab & Ineke na lang wachten ook hun fietsen hebben gevonden, knijpen de oogjes van de slaap.
De volgende dag strekken we de
benen in Havana. Er waait een harde, frisse wind die de golven uiteen doet spatten over de
boulevard Malecon met zijn typische verweerde gevels. Rondje Parque Central met het
standbeeld van José Marti en het Capitolio, oud-Havana met zijn smalle straatjes, het
oude fort en de haven. We slenteren en kijken, genieten van de oude Amerikaanse auto's in
het straatbeeld, de live muziekbandjes op straat, de boekenmarkt met verzameld werk van
Karl Marx, Fidél Castro en Che Guevarra. Opvallend zijn de rijen Cubanen voor de
stalletjes met ijs en pizza; daar was in '93 bij een eerder bezoek nog geen sprake van.
We maken de fietsen rijklaar, wisselen $10 voor 260 peso in de hoop die toch ergens te kunnen gaan uitgeven en plannen de route voor morgen. Na drie dagen grote stad trekt het platteland en hebben we zin om te fietsen.
Dag 4: Havana - Artemisa
Vrij laat vertrek, pas om 11.00 uur zitten we op de fiets. Beetje zoeken om Havana uit te komen, maar via erg drukke voorstadjes waar we veel bekijks trekken, vinden we uiteindelijk toch de 'Carratera Nacional', die zich langs de snelweg richting westen kronkelt. Het is zonnig en warm (20-25°) zodat we een rustig tempo van gemiddeld 16-17 km/u aanhouden. De wegen zijn vrij behoorlijk, het verkeer wordt rustiger naarmate we Havana verder achter ons laten. Paar drinkstops en bij een benzinepomp scoren we een broodje kaas.
Na Punta Brava wordt het landschap heuvelachtig: kleine klimmetjes en dan steeds een stuk 'op hoogte' rijden, licht afdalen en weer klimmen. Links en rechts van de weg veel bananenplantages, suikerriet en een paar kippenfarms. Het laatste stuk naar Artemisa is vlak en snel, maar inmiddels is het toch al 16.00 uur en wordt het geplande Las Terrazas niet gehaald.
In het centrum van het
kleine dorp Artemisa vinden we een oud en vervallen peso-hotel, dat overigens niet in de
Lonely Planet (LP)-gids staat vermeld. Hoewel de peso-hotels normaal voor buitenlanders
niet toegankelijk zijn, krijgen we toch slaapplaatsen: een compleet 3-kamerappartement
voor 35 peso (26 peso = 1$)
De douche werkt helaas niet, maar de vriendelijke dame
van de receptie brengt emmers water naar boven, schone lakens en haalt zelfs koele blikjes
bier aan de bar in de overkant. We eten die avond redelijk voor 42 peso totaal, maken nog
een wandelingetje door het dorp en krijgen van de plaatselijke bakker gratis vers gebakken
broodjes in handen gedrukt. Een verademing na de hectiek en toeristenvallen van de grote
stad.
Fietsafstand die dag: 60.5 km
Dag 5: Artemisa - Las Terrazas
Het ontbijt bestaat uit de gekregen broodjes van gister, koffie blijkt in het hele dorp niet te krijgen. Om 08.00 zitten we in het zadel, lekker weertje, niet te warm (16-22°). Relaxed fietsend kruisen we de totaal verlaten autopista (en dat op het spitsuur ) en klimmen verder onder een dun wolkendek waaruit af en toe de zon doorbreekt.
Tegen het middaguur komen we bij de slagboom van het
natuurpark Las Terrazas, waar een vloeiend Duits sprekende parkwacht uitlegt wat hier
allemaal te zien is. Het eerste bezoekje is naar het uitzichtspunt met oude
koffieplantage, een zeer steile klim (afstappen en lopen!) maar het uitzicht vergoedt
veel. We drinken een beste koffie op de veranda van de hacienda en krijgen een beetje het
gevoel dat een plantagebaas destijds ook gehad moet hebben.
Vervolgens zoeken we de in het park gelegen camping La Taburete op, nemen een 'huisje' (een betonnen hokje) voor $ 5 p.p. en dumpen de bagage. Bij een iets verderop gelegen hacienda met fraai uitzicht op het meer lunchen we met broodjes en een koel Crystal-biertje, waarna we nog een fietstochtje door het park maken. Terug op de camping heeft de opzichter inmiddels de watervoorziening ingeschakeld, zodat we (koud) kunnen douchen. Als we de kettingen smeren met Teflon-olie tonen de opzichter en zijn collega's veel interesse in onze fietsen en de techniek van naafversnelling en gripshift. Geen wonder als je bedenkt dat bijna alle Cubanen op dezelfde fiets van Chinese makelij rijden, die ooit met miljoenen tegelijk zijn geïmporteerd.
Fietsafstand: 45.6 km, gemiddeld 13 km/u. Stevige klimmetjes, lekkere afdalingen.
Dag 6: Las Terrazas - San Diego de los Baños
Een sandwich met kaas en café Americano op het terras aan het meer blijken een ideale start van de dag. Over een mooie, brede weg omzoomd door bos en tropisch regenwoud rijden we het park uit, hier en daar stevig klimmend en de laatste 300 meter zelfs lopend. Bij de exit-slagboom hebben we nog een aardig gesprekje met de parkwachters, krijgen wat tips en vervolgen onze weg richting Soroa. Daar kruist een tarantula-spin zo groot als je hand ons pad, dus die gaat op de foto.
Vanaf Soroa is het heerlijk dalen richting San Cristobal, stop voor broodjes maar de stevige, frisse wind maakt dat we snel verder gaan. Het landschap toont suikerriet- en bananenplantages, af en toe tabak, ganzenfarm Yuri Gagarin, bougainville-struiken. Via Santa Cruz, een goeie weg met snel asfalt, bereiken we uiteindelijk de afslag naar San Diego. Bij die afslag staan, zoals bij iedere belangrijke kruising/afslag, verschillende kraampjes met eten en drinken. We trakteren onszelf - moe als we zijn - op broodjes met tapenade ( 2 peso) en suikerwater dat vers uit rietsuikerstengels wordt geperst (1 peso).
Na nog eens 8 km staan we in San Diego voor Casa Gabriel, een adresje dat ons onderweg door passerende Franse fietsers was aangeraden. De uiterst vriendelijke eigenaar ( "Mi casa, su casa') verhuurt kamers voor $ 10-15, zijn vrouw perst vers grapefruitsap en tovert die avond een uitgebreide en overheerlijke maaltijd op tafel: soep, kip, aardappel, rijst, vers fruit en koffie ($ 5 voor een 5-ster maaltijd).
Afstand die dag: 80 km, fiks klimmen, mooi dalen, gemiddeld 17 km/u. Stevige wind, 18-20°.
Dag 7: San Diego - Viñales
Gabriel serveert koffie, sap, broodjes, worstjes en fruit als ontbijt en geeft ons zelfs nog een lunchpakket mee ook. Dat compenseert de toch wel slechte matras en muggen/vlooienbeten waardoor de nachtrust maar matigjes was.
De LP-gids maakt melding van een weinig gebruikte weg
door een schitterende omgeving richting
San Andres, dus die nemen we. Het blijkt een slechte weg, met veel gaten en
grind, zeer steil en lang klimmen, zodat we regelmatig van de fiets af moeten en lopen.
Gelukkig is het bewolkt en nog niet al te warm en de omgeving is inderdaad adembenemend
mooi. De eerste mogotes, grote afgeplatte rotsblokken die typisch zijn voor de
tabaksregio van Cuba, doemen op.
Rond lunchtijd staan we op de belangrijke kruising waar de weg naar Viñales splitst via San Andres of La Palma. Daar ontmoeten we een Cubaan die Engels doceert en hij schetst een verhelderend beeld over zijn land en de inwoners ("De meeste Cubanen lachen van buiten, maar huilen van binnen"). Op zijn advies pakken we de richting La Palma, die beter te rijden moet zijn en hoofdzakelijk daalt. Het is inderdaad prachtig fietsen, veel dalen met af en toe een lichte klim. Het typische landschap, met de rode aarde en groene velden tabaksplanten met hier en daar oprijzende mogotes, is wonderschoon, lieflijk en onbedorven. Het idee dat hier de beste sigaren ter wereld vandaan komen, draagt bij aan het gevoel ´Wat gaaf dat ik hier nu rondfiets '
Om 16.30 staan we in Viñales voor het huis van Gloria, een adresje dat we van Gabriel hebben gekregen. Dat systeem van particuliere verhuurders die altijd wel andere adresjes 'en route' weten, werkt perfect. Ze plukt verse mintblaadjes uit eigen tuin en serveert ons een heerlijke mojito, de bekende Hemmingway-cocktail met rum, limoensap, rietsuiker, sodawater en mint. Zittend op de veranda, fris gedoucht terwijl onze kleren worden gewassen, genieten we van de zonsondergang.
Gefietst: 60 km, bewolkt/zonnig, 18-22°.
Dag 8: Viñales
Na een koude nacht vandaag een rondje fietsen zonder
bagage. Eerst kopen we in het dorp telefoonkaarten en melden het thuisfront dat alles goed
is. Duur bellen, zo'n $ 4 per minuut. Daarna rijden we naar de immense muurschildering op
de mogote van Dos Hermanos; apart maar om nou te zeggen mooi, nee. Vervolgens pakken we
een trail van 6 km goed berijdbaar zandpad door de weilanden en worden al snel aangesproken door een tandenloze boer. Die wil ons voor een paar
dollar wel naar Los Aquaticos brengen, een soort commune hogerop in de bergen van mensen
die in de heilzame werking van water geloven. We stallen de fietsen bij een boerderij en
volgen hem de berg op. Een klein uurtje later staan we bij een huis tegen de bergwand,
krijgen koffie en zelfgemaakte wijn en genieten van een werkelijk schitterend uitzicht
over de vallei van Viñales. In de middag toeren we wat rond, leggen aan bij hotel
Jasmines op de weg naar Pinar del Rio en genieten van het ons omringende landschap. Gefietst: 30 km
Dag 9: Viñales - Puerto Esperanza - Viñales
Vandaag wederom een bagagevrij tochtje, dit keer naar de kust in het noorden. De weg naar Puerto Esperanza is mooi fietsen, een lichte klim en vervolgens flink dalen naar zee. Als we wat foto's maken bij de pier worden we aangesproken door Dora, die ons uitnodigt op de koffie. Haar huis, van onder tot boven volgekalkt met reacties van bezoekers, heeft de Lonely Planet-gids gehaald en daar is ze maar wat trots op. We eten brood met verse krabsalade, kletsen wat en de tijd vliegt.
Op de terugweg is het behoorlijk warm geworden (>25°) en we maken nog een drinkstop bij de rancho Cueva Indigo, waar we onder de sinaasappelbomen in de tuin een vers sapje drinken. Het bedienend personeel loopt uit om de fietsen te bekijken.
Afstand: 53 km.
Dag 10: Viñales - Pinar del Rio
We nemen afscheid van Gloria, tot nog toe het beste adresje vanwege de supermaaltijden, straffe mojito's en goede bedden. In gezelschap van een Cubaanse wielrenner maken we de stevige en lange klim naar El Moncada en het grottenstelsel van San Thomas. Voorzien van helmen met lampen verkennen we onder leiding van een gids een deel van het 47 km lange grottenstelsel, bestaande uit acht niveaus. Een aparte ervaring: hoewel er mooiere druipsteenformaties op de wereld te vinden zijn ( o.a. in Frankrijk) is de manier van verkennen zo kaal en daarmee zo puur dat je het idee hebt de eerste te zijn die de grotten ontdekt. Na anderhalf uur dwalen, klauteren en kruipen zien we weer zonlicht.
Lunchstop bij het grote kruispunt van de weg richting
Cabete/Pinar del Rio voor broodjes tomaat en vers ananassap. Ontmoeting met een muzikant
en zijn familie, die door de regio zwerft voor optredens. Iedereen adviseert om via Viñales naar Pinar del
Rio te rijden (korter, minder klimmen, betere weg), maar daar komen we nou net
vandaan
Als we horen dat de weg via Cabete voor auto's berijdbaar is, concluderen we
dat het met de fiets ook moet kunnen.
Dat blijkt te kloppen: de kwaliteit van de weg is inderdaad soms slecht, maar over het algemeen goed fietsbaar. Enige nadeel is dat we de hele middag bijna continu klimmen en in deze hitte (veel zon, geen wind of wolk) is dat erg vermoeiend. Uiteindelijk komt aan het eind van de middag dan toch Pinar in zicht en met een vaartje van dik over de 30 km/u stuiven we over de brede toegangsweg de stad binnen, nagestaard en geroepen door het vele volk op straat.
Gefietst: 65 km, lange, warme en vermoeiende dag.
Dag 11: Pinar del Rio
Ab voelt zich niet zo lekker en we maken er vandaag een totale rustdag van. Het is bewolkt, onaangenaam benauwd en we hebben geen fut veel te ondernemen. Wandelingetje door centrum Pinar, waar een wielerwedstrijd enig leven in de brouwerij brengt op deze zondag. De ooit mooie, oude gebouwen staan er vervallen bij, met afgebladderde gevels en inzakkende veranda's. Het moet hier vijftig jaar geleden erg mooi geweest zijn.
Die avond plannen we de vervolgroute. Een tripje naar de uiterste westpunt (Maria la Gorda) wordt bekeken en verworpen (weinig overnachtingsmogelijkheden, extra fietsdagen met weinig meerwaarde), in plaats daarvan besluiten we terug naar Havana te fietsen en daar de Viazul-bus (luxe snelbus, speciaal voor toeristen) naar Trinidad te pakken. 's Nachts gaat het hozen en dat duurt de hele nacht.
Dag 12: Pinar del Rio - San Diego
Het blijft maar gieten in de ochtend en dus wachten we op beter. Om 12.00 uur wordt het droog, breekt de zon door en is het meteen erg warm. Over de carratera central richting San Diego de los Baños en onze vriend Gabriel. Het schiet lekker op, ondanks de klamme hitte. Rond 16.00 uur rijden we San Diego binnen en volgt een hartelijk weerzien met Gabriel en zijn vrouw. Een koel glaasje vers geperst grapefruitsap smaakt hemels.
Na de verkwikkende douche het dorpje rondgelopen en de kuuroorden bekeken: grauwe betonnen blokken in Oostblok-stijl waar je modderbaden etc. kunt nemen. In de bar van het nabij gelegen hotel Mirador ontmoet ik 'Pillow' en zijn vrouw, beiden leraar Engels, en we praten over Cuba en de toekomst. Bevlogen mensen: ze verdienen $ 8 per maand maar prefereren dat boven werk in de toeristenindustrie, waar alleen al aan tipgeld meer te halen valt. "De jeugd heeft de toekomst en daar dragen wij ons steentje aan bij".
Na een
uitstekende én aparte maaltijd bij Gabriel (jutía, een knaagdier dat in bomen
leeft) maken we er met z'n allen een gezellig avondje van aan het zwembad van Mirador: een
bandje speelt lekker swingende Cubaanse muziek, we krijgen salsa-les, drinken mojito's en
roken een goede sigaar (puros) van gepensioneerde sigarenmaker Pedro.
Fietsafstand: 52 km, bewolkt/zon, erg benauwd.
Dag 13: San Diego - Soroa
Ondanks de nodige mojito's toch slecht geslapen vanwege de muggen. Na het ontbijt bezoeken we Pedro, die met liefde laat zien hoe je echte sigaren rolt. In de bagage ruimen we een plekje in voor een kistje echte Cubaanse puros. Na het afscheid van Gabriel en de belofte dat we een paar remkabeltjes zullen opsturen voor zijn mountainbike (achtergelaten door een Amerikaan) gaan we de carratera weer op, noord richting Soroa. Koffiestop bij het huis van Paolo, de barkeeper van Mirador, die ons op zijn vrije dag trakteert op mangosap en sinaasappels.
De beelden onderweg blijven boeien: ossenkarren, oude
trucks met tientallen mensen in de laadbak,
veedrijvers op hun paarden, zwaaiende machetes van bermarbeiders, oude fabrieken,
tractoren die staan weg te roesten bij gebrek aan reserveonderdelen en veel nieuwsgierige
Cubanen ("Mira mira, los bicyclettas especial!").
Rond 15.00 uur arriveren we bij casa Virginia in Soroa, nemen voor $ 25 een driepersoons appartementje en spoelen het zweet eraf onder een lekker warme douche. Een ijskoud biertje gaat er sissend in. We krijgen een uitstekende maaltijd voorgezet: dikke plakken ham, rijst, gefrituurde aardappelschijfjes, salade, sap en koffie. Goed slapen onder de fan.
Afstand: 56 km, flink zweten bij dit warme weer.
Dag 14: Soroa - Havana - Trinidad
Het weer is omgeslagen en het is bewolkt met een stevig briesje. Ideaal fietsweer voor de ruk naar Havana, waar we de bus willen pakken naar Trinidad. Na een stevig ontbijt draaien we om 08.00 uur de autopista op en malen een flink tempo. Bijna geen verkeer op deze belangrijkste verkeersader van Cuba, goed asfalt, ideaal fietsen. In een treintje tegen de stevige wind doen we 50 km in anderhalf uur tot de eerste stop. Daarna is het lange tijd wachten op een tankstation, waar ze koude blikjes hebben. Ronds 12.00 uur hebben we 75 km weg en nuttigen wat broodjes en een blikje Fanta.
Vlak voor Havana wordt het verkeer steeds drukker, ligt er veel rotzooi op de weg en is het uitkijken geblazen. In Havana-stad even zoeken, maar dankzij de plattegrondjes in LP-gids staan we om 14.00 uur bij de bus-terminal met 87 km op de teller. En je moet af en toe geluk hebben: om 15.00 gaat er een Viazul-bus naar Santa Clara en dat ligt op de weg naar Trinidad. We kopen voor $ 18 een kaartje voor deze luxe lange-afstandsbus en krijgen van de vriendelijke baliemedewerkster nog een tip voor een kamer. Ze kent daar mensen en zal wel even bellen De fietsen en bagage kunnen probleemloos onderin de bus en we worden geheel air-conditioned in vier uur tijd zo'n 275 km verderop gebracht.
In Santa Clara worden we opgewacht door dochter Mariëlla, die ons vrijblijvend de kamer wil laten zien. We fietsen in het donker achter haar aan en prijzen ons gelukkig dat we zelf niet hoeven zoeken. Ze woont in een groot huis, vriendelijke mensen, ruime kamer en tuin waarin een jutía rondscharrelt. Maar niet verteld dat we die onlangs nog hebben gegeten
Afstand: 91 km buffelen, 275 km bus.
Dag 15: Santa Clara
Ab is jarig en wordt verrast met taart, die op verzoek
door de vrouw des huizes is geregeld. Op deze relax-dag pakken we een taxi naar Remedios,
volgens LP "een van de mooiste authentieke dorpjes van Cuba". Helemaal 15-17e
eeuws, smalle straatjes, mensen zonder haast, een prachtige kerk met het enige bestaande
beeld van een zwangere Maria. We slenteren
rond door de straatjes waar het leven lijkt te
hebben stilgestaan, laten ons meevoeren 'terug in de tijd'. Terug in Sta Clara bezoeken we
het immense monument van Ché Guevarra, het aan zijn strijd gewijde museum en sluiten de
dag af op Parque Vidal met zijn mooie neo-koloniale gebouwen.
Bij de maaltijd die avond (kalkoen, salade en een grote chocoladetaart) verrast Mariëlla de jarige Ab met een zelfgezongen aria en dat maakt veel indruk. We trachten informatie te krijgen over de route naar Trinidad over de Topes Collantes-bergketen, maar zowel LP als de familie brengen niet echt uitkomst: het boek zegt circa 60 km, onze kaart is niet gedetailleerd genoeg en volgens Mariëlla is het slechts twee uurtjes met de auto. Gewoon maar zien morgen.
Afstand: 120 taxi-kilometers.
Dag 16: Santa Clara - Trinidad
We nemen het zekere voor het onzekere en zitten om 07.30 op de fiets voor de tocht over de Topes Collantes-pas. Tot aan Maricanagua is er geen enkele probleem, maar daarna gaan we de bergen in en wordt er stevig geklommen. Hellingen van meer dan 20% zijn geen uitzondering en dus moeten we regelmatig van de fiets af om al lopend fiets-met-bagage voort te duwen. Vervolgens lijkt het of we ergens 20 km zijn omgereden, maar dat blijkt achteraf niet zo: de route is gewoon zo lang. De omgeving vergoedt veel: beetje tropisch regenwoud, erg groen, fraaie uitzichten voor zover we daarvan kunnen genieten tijdens het stoempen. Hoog in de bergen de eerste lekke (achter)band, die door Ab in recordtijd wordt geplakt. De van gisteren overgebleven macaronisalade en chocoladetaart vormen een uitstekend vullende lunch.
Behoorlijk moe staan we rond 16.00 uur op het hoogste
punt van Topes Collantes en
drinken een colaatje in één van de verspreid liggende Oostblokhotels, betonnen bunkers
die een naargeestige sfeer uitstralen (maar voor de meeste Cubanen onbereikbare
vakantieparadijzen zijn). Nog 20 km naar Trinidad en de verwachting dat die hoofdzakelijk
zullen dalen, wordt helaas niet bewaarheid. Hele stukken steil klimmen, wederom een paar
keer moeten lopen en het begint inmiddels langzaam te schemeren. Nét als we eindelijk via
een supersteile afdaling continu remmend de loodzware bergen achter ons hebben gelaten, is
het 18.30 uur en dus pikkedonker. Voorzichtig fietsend bereiken we over een gelukkig goede
asfaltweg Trinidad, dat er vanwege een stroomstoring ook al pikkedonker bij ligt. Daardoor
zie ik het gat in de weg niet, val en rij een lekke voorband (snakebite, op twee plaatsen
lek). Gelukkig is onze casa vlakbij en als we onder het genot van een Crystal-biertje
terugkijken op deze dag luidt de conclusie: loodzwaar, maar de mooiste fietskilometers tot
nu toe.
Fietsafstand: 98 km, hoofdzakelijk klimmen, zonnig/bewolkt, 25°.
Dag 17: Trinidad
Uitpuffen van het avontuur van gisteren, de
beenspieren zijn aardig stijf. Nieuwe binnenband opgelegd, ketting gesmeerd. Gewandeld en
veel gefotografeerd in koloniaal Trinidad, het schitterende Plaza Mayor, de
straatjes van kinderkopjes, oude Amerikaanse oldtimers, ruiters in het straatbeeld.
E-mails gestuurd in het internetcafé, de souvenirstalletjes bekeken (kant, blikken
siervoorwerpjes, houtsnijwerk), muziek geluisterd in het Casa di Trova.
Na het eten wederom de stad in voor het cultureel festival, met live muziek in de straten, alle Cubanen sjiek opgedoft, de meesten een eigen fles rum bij zich. Sfeer blijft relaxed ondanks de grote mensenmassa.
Dag 18: Trinidad
Klein fietstochtje gemaakt naar La Boca en het strand. Onbewolkt, warm, verlaten kustweg naar Playa Ancon. Aan het jachthaventje, met veel boten uit de VS en Frankrijk, uitgebreid koffie gedronken. Daarna relaxen aan het strand, frisse duik en aangelegd bij strandtentje voor een kreeftsalade en een biertje, voorzien van live gitaarspel. Passerende oude RET-bussen en een verlengde Lada-limousine trekken de aandacht. Genoten van een fraaie zonsondergang en in de schemering weer terug.
Afstand: 33 km
Dag 19: Trinidad
Voor $ 10 p.p. gaan we een ochtendje snorkelen vanaf het strand in La Boca. Daarvoor krijgen we snorkelspullen, twee gidsen en een taxichauffeur die ons in zijn Amerikaanse oldtimer naar het strand brengt. Dat onder het rijden de deuren van binnenuit moeten worden dichtgehouden, verhoogt alleen de pret. We zien mooi koraal, aardig wat vis, een schildpad en een kleine rog. Vooral op 2-3 meter diepte worden de kleuren onder water erg mooi.
In de middag puffen we op het heetst van de dag wat uit in en rond ons logeeradresje, om later in de stad geld op te nemen (via creditcard, werkt perfect) en een drankje te drinken in Casa La Trova waar een live band speelt.
Ruth verrast ons die avond met geroosterd speenvarken op het menu. Kreet van de dag: "Dit begint gevaarlijk veel op vakantie te lijken".
Dag 20: Omgeving Trinidad
Fietstochtje zonder bagage naar de Valle de los
Ingenios, een vallei met veel oude suikerrietplantages die als geheel op de Unesco-lijst
van cultureel erfgoed staat. Over een mooie weg klimmen we naar een mirador, het
uitzichtspunt met een schitterend vergezicht. Verder naar Iznaga, een landgoed met fraaie
haçienda en een 44 meter hoge klokkentoren waarmee destijds de slaven
werden verzameld. Een oude stoomtrein boemelt de paar toeristen langs de plantages, een
apart gezicht die dikke rookwolken tegen de groene omgeving. In een slopende hitte (het
moet hier in de zomer niet om uit te houden zijn) fietsen we nog wat door de vallei,
'doen' nog een oude vervallen hacienda en houden het dan voor gezien. Die avond eten we in
Trinidad's beste restaurant kreeft; de locatie is leuk, maar het eten had beter gekund
voor $ 15. Het flesje Cubaanse wijn uit Soroa is wel weer een voltreffer.
Afstand: 43 km, zonnig met veel wind, mooie route met lichte klims.
Dag 21: Trinidad - Playa Luna
Om 10.00 uur onderweg onder een onbewolkte en zonnige hemel, goed warm. Over de kustweg met hier en daar zeezicht richting Faro Luna schiet het begin lekker op: 30 km in anderhalf uur.
Daarna wordt het pittiger: steeds klimmen en weer
dalen in inmiddels flink opgelopen temperaturen (> 30°). Koffiestop bij motel
Yaguanabo bij de brug, vervolgens weer flink zweten, alle versnellingen worden gebruikt.
Uren later doemt een kioskje met Bavaria-uithangbord op, een oase waar we de dorst en
vermoeidheid bestrijden met vers sinaasappelsap en een ijsje. Weer in het zadel, er komt
maar geen eind
aan deze lange, droge en stoffige weg vóór we de
afslag naar het schiereiland krijgen. Dan toch eindelijk de zijweg, we stoppen nogmaals
bij een barretje waar we mierzoete ranja krijgen en worden geteisterd door hordes
venijnige steekvliegjes. Na nog eens 8 km klimmen ligt daar dan eindelijk Playa Luna, we
vinden snel een casa particular naast het grote hotel en daarna heerlijk afkoelen
in zee. Die avond zet de gastvrouw ons kreeft en garnalen voor, we zien de zon in de zee
zakken.
Gefietst: 80 km in verzengende hitte.
Dag 22: Playa Luna - Cienfuegos
De bedoeling was om hier een extra dagje te blijven, maar door de komst van een vliegtuig vol Canadese toeristen zijn alle slaapplaatsen volgeboekt. Ook wij moeten verkassen en besluiten om dan maar aan het eind van de middag (minder warm) richting Cienfuegos te fietsen (20 km), daar te overnachten en de dag erna de bus richting Havana te pakken. Het einde van de vakantie nadert
Nog een stukje langs zee gefietst, paar uurtjes strand gepakt, maar door de harde wind is dat niet echt aangenaam. Rond 15.30 vertrek en na een paar klimmetjes staan we al snel in het centrum van Cienfuegos en vinden een adresje. In een groot, oud huis van een lief vrouwtje krijgen we een driepersoons kamer voor $ 20 en 's avonds bakt ze friet. Schaken op het dakterras met een biertje.
Afstand: 31 km.
Dag 23: Cienfuegos - Havana
Het is warm en zonnig als we in de ochtend een rondje lopen door het centrum van Cienfuegos, de mooie gebouwen rond Parque Central José Marti bewonderen en een lange wandeling langs zee maken tot aan het chique hotel El Jagua. Terug met de paardentram, afscheid van onze gastvrouw en om 15.00 uur bij de Viazul-terminal voor de busreis naar Havana ( $20). Aankomst Havana 21.00 uur en door goed de plattegrond te hebben bestudeerd, rijden we linea recta over brede wegen naar de casa. Hetzelfde adresje waar we bij aankomst ook sliepen en waar we de fietsdozen hebben gestald. Hartelijk weerzien en veel verhalen te vertellen.
Fietsafstand 4 km, bus 280
Dag 24-25 Havana - Amsterdam
De dag voor vertrek gebruikt om de fietsen gedeeltelijk te demonteren en in de dozen te pakken, een taxibusje voor de volgende dag geregeld en nog een laatste wandelingetje Havana met blik op zee en de Malecon. Goede maaltijd in restaurant Gringo Viejo afgesloten met een overheerlijke 7 jaar oude rum.
En dan is het, zoals bij iedere vlucht, wachten totdat je aan boord kunt en terugvliegt naar huis. Op Schiphol aangekomen blijken de fietsen de reis goed doorstaan te hebben, geen schade.
Totaal fietskilometers: 890 km.